Oefeningen "het voordeel van de twijfel"
door Pim Lemmens
Opdracht - Onderzoek van de eigen zekerheden en onzekerheden.
Het is bij deze workshop niet de bedoeling om je nodeloos aan het
twijfelen te zetten of je zekerheden op de een of andere manier
aan te tasten. Maar het kan instructief zijn om die zekerheden en
ook je twijfels te inventariseren en na afloop van de workshop na
te gaan of je er anders mee omgaat. Beantwoord daarom de volgende
vragen.
- Schrijf voor jezelf een aantal dingen op waarin je gelooft of
waarin je beslist niet gelooft en waarbij je daar redelijk zeker
van bent. Geloof je in reïncarnatie of vind je zo'n geloof
juist onzin? Denk je dat de wetenschap de enige ware beschrijving
van de werkelijkheid geeft? Geloof je in de Bijbel of de Koran?
- Schrijf voor jezelf een aantal dingen op die je gelooft of die
je niet gelooft maar waar je niet zo zeker van bent. Bezoek je
wel eens een homeopathische arts vanuit de gedachte: "baat het
niet, het schaadt ook niet"? Ga je ervan uit dat politici in Nederland
oprecht zijn en het beste met het land voorhebben, maar schrik
je niet op van bepaalde politieke schandalen?
- Zijn er kwesties waarover je totaal geen mening hebt? Dingen
die je weliswaar raken maar waarvan je vindt dat andere zich daar
maar druk over moeten maken? (Het is moeilijk om ergens geen mening
over te hebben)
Deze oefening is bedoeld om u te helpen realiseren wat uw zekerheden
zijn en wat uw onzekerheden. Wat u opschrijft is enkel en alleen
voor uzelf bestemd. Het geeft voor uzelf aan waar uw overtuigingen
en twijfels liggen. Aan het eind van de workshop kunt u er nog eens
naar kijken om na te gaan hoe u dan tegen deze zaken aankijkt.
Opdracht - de strandbal.
Plato was niet dom of zwakzinning. Hij had niet de kennis waar
wij vandaag over beschikken, maar zijn ideeën zijn zinnig en
goed doordacht, zeker gezien vanuit het perspectief van zijn tijd.
Als wij zijn ideeën nu afwijzen moeten we dus wel goede alternatieven
kunnen aangeven. Daartoe moeten we nagaan op welke vragen zijn ideeën
een antwoord waren en vervolgens kijken of wij betere antwoorden
op die vragen kunnen geven.
- Wat is de essentie van dit voorwerp, deze strandbal, met welke
ideeën komt die overeen? (de volmaakte bal, de volmaakte
bol, de volmaakte cirkel, de volmaakte figuur, de volmaakte kleuren
rood, blauw, geel, de volmaakte elasticiteit, het volmaakte speeltuig,
...). Wat leert ons deze beschouwingswijze?
- Wat zijn de problemen met deze zienswijze? Bijvoorbeeld: alle
potentiële voorwerpen moeten in de ideeënwereld aanwezig
zijn, dus ook de volmaakte computer en het volmaakte sterrenschip
met warp-drive, voor zover dat ooit zal bestaan. Of moeten we
onderscheid maken tussen dingen die we kunnen ontdekken en dingen
die we kunnen uitvinden?
- Wat zou een modern alternatief kunnen zijn van Plato's ideeënwereld?
Welk mechanisme zou tegenwoordig verantwoordelijk worden gezien
voor het herkennen en klassificeren van objecten, waaraan we tevens
wiskundige inzichten zouden kunnen ontlenen? Structuren in onze
hersenen, een gemeenschappelijke cultuur met kennis, vastgelegd
in boeken en computerprogramma's, een wetenschap die erin geslaagd
is echt tot de reëel bestaande wereld buiten onze geest door
te dringen? Volgens Plato voltrekken zich verschijnselen als groei
en ontwikkeling op de manier waarop ze zich voltrekken omdat ze
zich richten naar de ideeën in de ideeënwereld. Tegenwoordig
denken we dat de ontwikkeling van organismen wordt bepaald door
het DNA in de cellen en de chemische communicatie tussen de cellen
onderling.
Opdracht - de hoogste tijd
Deze oefening laat zien hoe je twijfel kunt bestrijden door te
zoeken naar de regels die in een gegeven situatie van toepassing
zijn. Het vinden van die regels kan heel creatief zijn, maar het
toepassen ervan is dat normaliter niet.
Je bevindt je in een grot waarin een schat verborgen is en je bent
er op uit die schat te vinden. Je weet dat die grot om precies vijf
uur helemaal vol stroomt met water, maar je hebt op weg erheen je
horloge tegen de rotsen stuk geslagen. Je weet wel nog dat je om
twaalf uur in de grot bent afgedaald, samen met een aantal spullen
die je nodig denkt te hebben voor het onderzoek van de grot, zoals
een helm met een lamp erop, de nodige meters touw, etc.
Bedenk een aantal manieren om zoveel mogelijk van de grot te doorzoeken,
zonder dat je door het opkomende water gehinderd wordt.
Bij deze opdracht gaat het erom dat je probeert zekerheid te krijgen
in een onzekere situatie. Probeer dat zo systematisch mogelijk te
doen. Dit is geen oefening in brainstormen of zoiets. Genereer dus
niet meteen allerlei mogelijke oplossingen maar ga na waar je mogelijke
oplossingen zou moeten zoeken en wat je daarvoor nodig zou kunnen
hebben. Bijvoorbeeld: een van de mogelijkheden is dat je de toevoer
van het water dat de grot instroomt blokkeert. Wat zou je dan daarvoor
nodig hebben? Stenen en zand, zijn die in voldoende mate aanwezig?
Als dit dichtstoppen niet mogelijke is, wat zijn dan de opties?
Het is hierbij van groot belang om de genomen stappen te registreren
en te classificeren. Wanneer hou je je bezig met de manier om tot
een oplossing te komen (het proces) en wanneer met het probleem
zelf (de inhoud)? In welke richtingen heb je mogelijke oplossingen
gezocht? Wat waren de opties? Aan welke voorwaarden moest zijn voldaan
om de verschillende oplossingen te laten werken? In hoeverre leken
die mogelijkheden realiseerbaar?
Beantwoord vervolgens de volgende vragen:
- Welke oplossingen zijn er?
- Via welke weg ben je tot de oplossing(en) gekomen? Wat waren
de achtereenvolgende stappen?
- Als je de/een oplossing aan iemand anders zou beschrijven zou
je dan dezelfde weg volgen als boven omschreven?
- Beschrijf de/een oplossing in abstracte termen, als een (inhoudelijke)
oplossingsmethode die eventueel zou kunnen worden toegepast op
soortgelijke problemen. Wat is de klasse van problemen die zo
zijn op te lossen?
- Kun je uit het antwoord op de vorige vraag conclusies trekken
omtrent een wenselijke aanpak bij dergelijke problemen (het proces)?
Hoe had je het beter kunnen doen?
Opdracht - zekerheden en schijnzekerheden.
Wetenschappers, politici, workshopbegeleiders en goeroes, iedereen
probeert je een bepaald geloof aan te praten. Maar hoe zeker kun
je van hun woorden zijn? Hoe kun je schijnzekerheden van echte zekerheden
onderscheiden? Misschien kunnen de volgende vragen je daarbij helpen:
- Over welke dingen zou je meer zekerheid willen hebben? De uitslag
van je volgende beoordeling, de toewijding van je vriend/vriendin?
- Hoe kom je aan de zekerheid omtrent de dingen waar je niet aan
twijfelt (zie eerste opdracht)? Via astrologie of wiskundige bewijzen?
- Hoe denk je meer zekerheid te kunnen krijgen over de punten
die bij vraag 1 naar voren zijn gekomen? Via Jomanda of prof.
van 't Hooft?
- Zijn er nog andere manieren te bedenken waarop je je zekerheid
(in het algemeen) kunt vergroten? Experimentele verificatie, getuigenverklaringen,
...
- Probeer nu een rangorde aan te brengen (van zeer onbetrouwbaar
tot zeer betrouwbaar) in de antwoorden op de vorige drie vragen.
Opdracht - scepticisme.
- Zijn er zekerheden waar je niet buiten kunt? ("Ik weet
dat X geldt. Als ik daaraan zou twijfelen komt mijn hele wereld
op losse schroeven te staan")
- Zijn er vragen waarover je zekerheid moet hebben, ongeacht de
inhoud van het antwoord? ("Ik moet weten of X geldt of niet.
Onzekerheid daarover belemmert me in mijn functioneren")
- Zijn er dingen waar je redelijk zeker van bent, maar waar die
zekerheid voor de praktijk niets uitmaakt?
- Zijn er dingen die je graag zou willen geloven, maar waar je
toch moeite mee hebt?
- Zijn er dingen waar je redelijk zeker van bent, maar waar je
zo nodig aan zou kunnen gaan twijfelen?
- Waar zou die twijfel dan op zijn gebaseerd?
- Wat zouden de gevolgen van die twijfel kunnen zijn? (lawine-effect,
algemene onzekerheid?)
Opdracht - creatieve twijfel.
De sceptici hebben laten zien hoe je door te twijfelen, door je
oordeel uit te stellen, mogelijkheden kunt open houden. En Descartes
demonstreerde hoe je door middel van fundamentele twijfel tot een
absolute waarheid kunt komen. Maar twijfel kan ook creatief worden
gebruikt. Door iets wat je altijd als vaststaand hebt aangenomen
in twijfel te trekken maak je openingen die op een nieuwe manier
kunnen worden ingevuld. Ga na wat voor mogelijkheden en moeilijkheden
het oplevert als je een of meer van de onderstaande waarheden zou
betwijfelen:
- Een kloon is identiek aan het origineel.
- De mens is het enige denkende wezen.
- Baksteen is voor bouwwerken.
- De zwaartekracht is altijd attractief.
- Niets gaat sneller dan het licht.
- Liegen is verkeerd.
- Geld is het enige wettige betaalmiddel.
- Tijdreizen kan paradoxen opleveren.
- We hebben nog voor vele tientallen jaren fossiele brandstoffen.
- 1 + 1 = 2
Wat zouden de consequenties zijn van het loslaten van als vaststaand
aangenomen opvattingen? Vele waarheden blijken maar waar te zijn
in een bepaald opzicht. In andere opzichten zijn ze niet waar. En
ze kunnen vaak ook onwaar gemaakt worden door speciale omstandigheden
te creëren. Dat weten we wel, maar we houden er in de praktijk
vaak geen rekening mee. Je kunt immers niet alles tegelijk ter discussie
gaan stellen. Maar als je dat op bepaalde punten wel doet verschaft
je dat vaak een nieuwe kijk op de wereld, met nieuwe mogelijkheden
die het overwegen waard zijn. Het verschaft je in ieder geval een
duidelijk idee over de betekenis en het belang die je hecht aan
de oorspronkelijke stelling.
Voorbeeld: Brood is voor boterhammen. Alternatieven: nee, we gebruiken
ook brood puur, bijvoorbeeld stokbrood bij de barbeque. Verder kun
je brood tot bolletjes kneden en het aan een haakje doen om er vissen
mee te vangen. Je kunt er ook eenden mee voeren of het gebruiken
als voedingsbodem voor interessante schimmelculturen. Misschien
kun je het op de een of andere manier verduurzamen en er interessante
kunstwerken mee maken. En je zou geroosterd brood als vochtdetector
kunnen gebruiken. Het wordt immers slap als het vochtig wordt.
Opdracht - van complexe impressies naar complexe ideeën.
Vorm groepjes van drie personen. Een persoon beschrijft een (complexe)
impressie, een tweede persoon moet raden over wat voor voorwerp
of verschijnsel de eerste het heeft en de derde moet erop toezien
dat er door de eerste alleen termen worden gebruikt die rechtstreeks
aan de impressie zijn ontleend (hoe ziet het er uit, hoe voelt het,
hoe ruikt het, hoe smaakt het, hoe klinkt het). Er mogen dus geen
abstracties worden gebruikt, zoals geometrische figuren ("bolvormig"
mag niet) en klassificaties of soortnamen of afgeleiden daarvan
(bv. "citroengeel"), maar wel kleuraanduidingenen, elementaire smaken
("zoet", "zuur", "zout", "bitter", maar niet "banaansmaak") en tastindrukken
("hard", "zacht", "rond", "hoekig"). Emotionele kwalificaties ("ruikt
lekker") mogen ook.
Als te beschrijven object komen de volgende in aanmerking:
- Een tros druiven ("soort fruit" is verboden)
- Een diamant ("facetten" is verboden)
- Een passer ("is om cirkels te tekenen" is verboden)
- Het vooronder van een 17e eeuws koopvaardijschip
("17e-eeuws" en "zeilschip" zijn verboden)
- Een cocosnoot ("groeit in warme landen" is verboden)
- Een pet ("textiel" en "klep" zijn verboden)
- Een legerjeep uit de tweede wereldoorlog ("wielen" is verboden)
- Een hagelbui ("stukjes ijs" is verboden)
- Een (losse) gloeilamp ("bol" en "schroefdraad" zijn verboden)
Kies een object uit het gegeven lijstje. Probeer dan eerst een
impressie van het object te maken met je voorstellingsvermogen en
beschrijf vervolgens nauwkeurig wat je zou zien, voelen, horen,
ruiken of proeven, maar niet wat je daarbij denkt. Als je de regels
overtreedt of men raadt het object krijgt de tweede persoon de beurt.
Zo wissel je drie keer van rol: van verteller naar scheidsrechter
en van scheidsrechter naar rader. De rader mag alleen vragen stellen
ter verduidelijking, als hij/zij iets niet begrijpt.
Deze oefening moet je een gevoel geven van wat die impressies inhouden
en hoe je geest ermee omgaat. Je zult merken dat je sterk geneigd
bent om impressies met ideeën te verwarren. In het normale
spraakgebruik zegt men: "ik zie een appel", waar men eigenlijk zou
moeten zeggen: "ik heb impressies die het idee van een appel
in mijn geest oproepen".
Opdracht - radicale twijfel.
U moet een keuze maken die uw leven verandert, maar u beschikt
niet over voldoende feiten om een afgewogen beslissing te nemen.
Het enige dat er op zit is een munt op te gooien, de ogen te sluiten
en de sprong te wagen, naar de ene of de andere kant. Kan dat wat
goeds opleveren?
Stel dat Nederland wordt opgeheven. In Europees verband is besloten
om alle Nederlanders te verplaatsen en de delta aan de natuur terug
te geven. Als inwoner krijgt u de keus tussen emigreren naar Engeland
of emigreren naar Frankrijk. Wat is uw keuze en waarom?
Stel u voor dat u de andere keuze maakt (dus als u Frankrijk had
gekozen gaat u nu juist naar Engeland) en u daar uw leven opnieuw
inricht. Zou u dan onvermijdelijk spijt krijgen van deze keuze en
zelfs ongelukkig zijn in uw nieuwe vaderland? Zou u dan achteraf
ook redenen kunnen aangeven waarom u deze keuze gemaakt zou hebben?
Stel u voor dat u al enige jaren in het gekozen land zou leven.
Zijn er dan voordelen te bedenken die in eerste instantie geen rol
speelden bij uw keuze?
Opdracht - waarheden in meervoud.
Stelen mag niet / een mens heeft het recht om zijn leven te verdedigen.
Hoe nu te handelen als je dreigt te verhongeren en de enige mogelijkheid
om dat te voorkomen is het stelen van een brood?
Ieder mens heeft het recht op een eigen mening / moord is niet
toegestaan. Maar als er nu mensen worden vermoord omdat anderen
van mening zijn dat andersdenkenden moeten worden uitgeroeid? En
als de enige mogelijkheid om een volkerenmoord te voorkomen is het
vermoorden van de leider van de moordenaars?
Probeer te bedenken hoe je in de onderstaande gevallen de genoemde
waarheden naast elkaar kunt laten bestaan:
- Wat je ver haalt is lekker / wat de boer niet kent dat eet hij
niet.
- De morgenstond heeft goud in de mond / vroege vogeltjes zijn
voor de poes.
- Kinderen en dronken mensen spreken de waarheid / als de wijn
is in de man is de wijsheid in de kan.
- Stel niet uit tot morgen wat je vandaag kunt doen / haastige
spoed is zelden goed.
- Je moet de vuile was niet buiten hangen / je moet van je hart
geen moordkuil maken.
- De zon komt op, de zon gaat onder / de aarde draait om haar
as.
- Dit is een tafel, met een hard, vlak oppervlak / dit is een
wolk atomen, min of meer verbonden door chemische bindingen.
- De geschiedenis herhaalt zich / geen twee gebeurtenissen zijn
aan elkaar gelijk.
- Homo homini lupus est / de mens is een sociaal wezen.
- Liefde is een diepe menselijke emotie / liefde is paringsdrang,
gestuurd door hormonen, gericht op voortplanting.
- Ik besta uit atomen en atomen gedragen zich volgens strikte
wetten / ik heb een vrije wil.
Zijn deze waarheden op de een of andere manier verenigbaar of moet
je telkens omschakelen, je anders instellen als je van de een naar
de ander wil gaan? Waar liggen de conflicten tussen deze waarheden?
In welk opzicht zijn deze waarheden verenigbaar? Zijn er voor jou
algemene prioriteiten tussen waarheden, zoals: de wetenschappelijke
waarheid heeft prioriteit boven de alledaagse waarheid?
Opdracht - meningsverschillen.
In het ideale geval zijn mensen autonoom maar vormen ze ook een
hechte gemeenschap. En om zo goed mogelijk als gemeenschap te kunnen
functioneren moeten mensen zich niet alleen autonoom kunnen ontplooien
maar ook onderling goed kunnen communiceren. Voor een goede communicatie
hoeft men niet elkaars standpunt te delen, maar men moet het wel
begrijpen. De onderstaande posities zijn onverenigbaar - je kunt
niet zowel atheïst zijn als religieus. Maar wat je ook bent,
je moet wel met mensen van de andere overtuigingen overweg kunnen.
- Atheïsme / religie
- Nationalisme / internationalisme
- Socialisme / liberalisme
- Schepping / big bang, evolutie
- Pacifisme / "si vis pacem, para bellum"
- Vegetarisme / vlees eten.
- Geen dierproeven / wetenschappelijke vooruitgang op de eerste
plaats
- Voor / tegen genetische manipulatie (van voedselbronnen)
- Voor / tegen ieders persoonlijke recht op euthanasie
- Voor / tegen verplichte orgaandonatie bij overlijden
- Voor / tegen ouderschap op iedere gewenste leeftijd
- Voor / tegen een genenpaspoort
- Voor / tegen wettelijke beperking op het opslaan en uitwisselen
van persoonlijke gegevens
Zoek bij ieder van de bovenstaande tegenstellingen telkens drie
argumenten voor het ene en drie voor het andere standpunt. Probeer
daarbij de zaak vanuit verschillende perspectieven te bekijken,
bijvoorbeeld als belanghebbende en als onafhankelijke jury die een
keuze zou moeten maken tussen de standpunten, of als machthebber,
resp. ondergeschikte, c.q. hulpverlener en hulpvragende, afhankelijk
van het onderwerp waarop de standpunten betrekking hebben. Als de
argumenten voor het ene standpunt veel sterker lijken dan die voor
het andere, probeer dan na te gaan waar dat aan zou kunnen liggen
en eventueel daarvoor te corrigeren. Probeer eventueel door een
herformulering van een van de standpunten op argumenten voor en
tegen van gelijke sterkte uit te komen.
Laatste opdracht.
Bekijk de antwoorden die je bij de eerste opdracht hebt ingevuld.
Ga voor jezelf na in hoeverre de volgende uitspraken van toepassing
zijn:
- Ik ben nu meer bereid om de dingen waar ik niet aan twijfel
soms in twijfel te trekken.
- Ik heb nu meer zekerheid omtrent de dingen waar ik in eerste
instantie niet zo zeker van was.
- Ik heb nu een mening over dingen waar ik in eerste instantie
geen mening over had.
- Ik heb nu een andere houding ten aanzien van twijfelen in het
algemeen.
- Ik heb ontdekt dat ik min of meer een realist (Parmenides, Plato)
/ scepticus (Pyrrho, Montaigne) / rationalist (Descartes) / empirist
(Hume) / nihilist (Nietzsche) / postmodernist (Lyotard) / pragmaticus
(Rorty) ben (combinaties van standpunten zijn mogelijk).
- Ik denk dat ik af en toe nut kan hebben van opzettelijke twijfel.
- Ik denk dat ik nu vaker in staat ben om twijfel van me af te
zetten.
- Ik heb het gevoel dat ik weliswaar anders met twijfel zou moeten
omgaan, maar dat ik daartoe nog de vaardigheid mis.
- Ik kijk niet anders tegen twijfelen aan dan ik oorspronkelijk
al deed.
- Help! Ik dreig mijn zekerheden te verliezen.
©Pim Lemmens, september 2000. This text may freely be reproduced
in full, including the name of the author and this notice. Partial
reproduction is not allowed without prior written authorisation by
the author. |